Een advies- en ingenieursbureau is bezig met een herinrichting. Hierdoor verandert de positie en span of control van de regionale directeuren. Eén van hen is als statutair directeur eindverantwoordelijk voor de regio Oost Nederland en heeft een span of control van 500 medewerkers. In zijn nieuwe rol wil hij meer afstand kunnen nemen van de dagelijkse operatie. Daartoe wil hij meer verantwoording delegeren aan de managementlaag onder hem. Verder wil hij werken aan een aantal ontwikkelpunten. Hij wil overtuigender overkomen, sneller mensen op hun gedrag aanspreken en helder maken van hij hen verwacht. Uitgangspunt is dat hij blijft handelen vanuit zijn kracht en grote betrokkenheid, dat hij het persoonlijk contact met medewerkers niet verliest en dat hij plezier in zijn werk houdt. Tevens wil hij sparren over lastige kwesties uit de dagelijkse praktijk en eventuele patronen doorbreken. Aldus besluit hij om zich te laten coachen.
Tijdens het intakegesprek bespreekt hij met de coach een situatie uit de dagelijkse praktijk. Daaruit blijkt al snel hoezeer hij de natuurlijke neiging heeft om werk en verantwoordelijkheid naar zich toe te trekken. Door afstand te nemen en het proces te bespreken leert hij tijdens het coachtraject hoe hij verantwoordelijkheid en initiatief bij een ander kan laten. In het coachingstraject vormen praktijksituaties vaak het vertrekpunt voor verhelderende en inzichtgevende gesprekken.
Binnen de organisatie is veel onrust waar de directeur last van heeft. Dit leidt ertoe dat een coachingsgesprek wordt besteed aan de vraag ‘Wil ik deze functie wel uitoefenen?’ Het antwoord is ja, waarbij de coachee de randvoorwaarden voor zichzelf op een rij zet en hij gedurende de daarop volgende maanden daar ook naar weet te handelen. Gaandeweg het coachtraject komt meerdere malen naar voren dat hij baalt dat de omgeving/zijn leidinggevende te weinig aandacht heeft voor wat hij belangrijk vindt. Uit de gesprekken met de coach blijkt dat de directeur vanwege zijn grote betrokkenheid en verantwoordelijkheidsgevoel onvoldoende rekening houdt met zijn grenzen en hij verwachtingen naar zijn leidinggevende onvoldoende uitspreekt. Door zijn openheid, zijn durf om te oefenen en zijn bereidheid eraan te werken, slaagt hij erin dit patroon te doorbreken.
De directeur neemt besluiten en handelt op een wijze die dicht bij hem liggen. Omdat hij nu besluiten neemt waar hij achter staat, kost het hem weinig moeite zijn verwachtingen en eisen richting de organisatie duidelijk over de bühne te brengen en komt hij overtuigend over. Dit alles leidt er toe dat hij letterlijk meer rust voelt en lekker in zijn vel zit, zowel zakelijk als privé. Binnen zijn organisatie slaagt hij erin om meer afstand te nemen van de operatie en de managementlaag onder hem meer verantwoordelijkheid te geven. Hij steunt de managers hierin en geeft hen vertrouwen. Hij merkt dat zijn kracht en betrokkenheid, alsook zijn vermogen om persoonlijk contact te maken, ook in zijn nieuwe positie kwaliteiten zijn die hij goed weet in te zetten en die hem goed van pas komen.